Skip to main content

En het belang van delen

Over wat vrouwen in mij wakker maken

Laatst reed ik naar huis na een heerlijk avondje boksen. Terwijl ik in de auto zat, voelde ik het ineens heel duidelijk: dit is zoveel meer dan sporten. Natuurlijk gaf het boksen me voldoening. Mijn lijf aan het werk zetten, kracht voelen, zweten, loslaten. Maar wat me misschien nog wel meer voedde, was het samenzijn met andere vrouwen. Elkaar erdoorheen helpen, even vragen hoe het echt gaat. Een grapje tussendoor en als het heel even kan: een klein dansje op de muziek tussen het boksen door.

Ik voelde me vervuld.

Kort daarvoor was ik ook al omringd met vrouwen. Een vrouwencirkel, met vrouwen die ik heb ontmoet tijdens een retreat. Vijf dagen waren we in Spanje met elkaar. Om te zakken, te landen, om te delen en om diep innerlijk werk te doen. Vrouwen die elkaar niet kenden, maar zich wel openden. En juist daardoor ontstond er iets wat je niet kunt forceren: een diepe verbintenis.

Op de terugweg van het boksen dacht ik aan de vrouwen in mijn leven. En dat zijn er veel.

Ik was acht jaar toen mijn vader overleed. Mijn moeder, mijn zusje en ik bleven met elkaar achter. Er kwam geen andere man meer in ons gezin. Het samen zijn met vrouwen was voor mij de basis van het leven. Later, op de middelbare school, had ik een hechte vriendinnengroep. In mijn studententijd ontmoette ik opnieuw prachtige vrouwen met wie ik diepe banden opbouwde. Sommige van die vrouwen ken ik nu al twintig, dertig jaar.

Vrouwen zijn altijd een bedding in mijn leven geweest. In vriendschap, in werk, in sport, in cirkels.

En toch gebeurde er op het retreat in Spanje iets onverwachts.

Naast dat ik gewend ben om me met vrouwen te omringen, voelde ik daar ook dat mijn vrouwentaks bereikt was. Ik kon het samenzijn met vrouwen even niet meer aan. Sterker nog: ik voelde walging.

Dat was confronterend en ook verwarrend.

Gelukkig was er genoeg veiligheid in de groep om dat hardop uit te spreken en om mijn grenzen te bewaken. Ik kon eerlijk zijn over wat ik voelde, zonder dat het weggepoetst hoefde te worden. En juist daar…… begon iets belangrijks.

Mijn coach zei:
“In je walging zit altijd een verlangen.”

Die zin kwam binnen.

Want als walging ergens over gaat, dan gaat het vaak niet over de ander. Het gaat over iets in jezelf dat ooit geen ruimte kreeg. Een oud gemis. Een diep verlangen dat zo lang geen taal heeft gehad, dat het zich vermomt als afkeer.

Ze stelde me de vraag:
"Hoe ben jij vroeger aangeraakt door je moeder?
Hoe klein mocht jij als meisje zijn?
Mocht jij leunen bij de belangrijkste vrouw in je leven?"

En het antwoord was: nee.

Mijn moeder had haar eigen geschiedenis. En toen haar man, mijn vader, overleed, bleef zij alleen achter met twee kleine meiden. Dat doet iets met een mens. Met wat je nog toe kunt laten, met wat je kunt dragen en hoeveel zachtheid er nog overblijft als het leven vooral over óverleven gaat.

Ze hield van ons, daar twijfel ik niet aan. Ze liet haar liefde ook zien, op de manieren die zij kende. Maar niet op de manier die ik nodig had.

Niet in de knuffel waar ik in kon zakken, of de aanraking die zei: je mag klein zijn.
En ook niet in liefkozende woorden die ik nodig had om mijn hart te openen.

En ergens was ik dat vergeten. Of misschien niet vergeten, maar goed opgeborgen.
Ik had genoegen genomen met wat er wél was. En ik had leren vertalen dat wat zij gaf, óók liefde was, ook al sloot het niet aan bij mijn diepste behoefte.

Pas in op dat retreat voelde ik hoe oud dat gemis nog was. Hoe de nabijheid van vrouwen niet alleen iets voedends in mij wakker maakt, maar ook iets pijnlijks blootlegt. Juist het samenzijn met vrouwen liet mij voelen wat ik ooit niet heb ontvangen, dat wat ik juist zo nodig had.

En misschien is dat wel de kracht van samenzijn met vrouwen.

Niet dat het altijd alleen maar zacht, warm en fijn is. Maar dat het zichtbaar maakt wat nog in de schaduw leeft. Dat het een spiegel biedt en dat het oude pijn naar de oppervlakte brengt. Om je iets te laten zien, zodat het geheeld kan worden.

Later vertelde ik dit verhaal, in kindertaal, aan mijn zoon. Ik legde hem uit waarom ik zo vaak zeg dat ik van hem houd. Soms wel zes keer per dag, of vaker.

Toen zei hij:
“Nu snap ik pas waarom jij dat zo vaak zegt, mama. Nu begrijp ik wat jij daarmee wil zeggen. Maar ik weet het hoor. Ik weet dat je van me houdt.”

En daar was de cirkel rond.

Wat ik zelf heb gemist, geef ik nu door. Niet vanuit tekort, maar vanuit bewustzijn. En niet om te repareren, maar om liefde nog voller te laten stromen.

Misschien is dat ook waarom delen zo belangrijk is.

Omdat wat je niet uitspreekt, vaak onzichtbaar doorwerkt in je dagelijkse leven. In je relaties, je grenzen en in je reactie naar anderen. In dat wat je plotseling voelt, zonder te begrijpen waarom.

En omdat er iets zachts gebeurt wanneer je wel woorden geeft aan wat er in je leeft. Wanneer je durft te zeggen: dit voel ik. Ook als het ongemakkelijk is, niet mooi is en zeker ook als het schuurt.

In de juiste bedding mag alles er zijn: vreugde, verbondenheid, afkeer, gemis, verlangen.
De liefde.

Misschien is dat wel wat vrouwen mij steeds opnieuw leren: dat heling niet begint bij het mooier maken van wat je voelt, maar bij het eerlijk erkennen ervan.

En dat we elkaar daarin nodig hebben.