Waarom luisteren zo moeilijk is (en waarom dat ertoe doet)

Eens in de paar weken begeleid ik een vrouwencirkel. Voor sommigen klinkt dat misschien wat zweverig of vaag, maar voor mij raakt dit mijn hele zijn. De cirkel is voor mij een plek waar zichtbaar wordt wat we in het dagelijks leven vaak zijn kwijtgeraakt.

In cirkels draait het om delen en luisteren. En juist dat luisteren, zonder te reageren, blijkt iedere keer weer confronterend moeilijk.

Terwijl iemand spreekt, gebeurt er van alles in ons. We willen vaak als toehoorder iets zeggen, iets verzachten of iets toevoegen. Onze natuurlijke neiging is om te willen helpen. Vanuit betrokkenheid of zorg, vanuit een groot hart.

En toch merk ik telkens weer: juist in dat niet reageren zit de echte beweging.
Want wanneer iemand de ruimte krijgt om te spreken zonder dat wij het overnemen, kan een verhaal zich ontvouwen zoals het bedoeld is. Dan kan gevoel er helemaal zijn, zonder dat het wordt onderbroken of gestuurd. Gevoel dat niet opgelost wil worden, maar simpelweg gevoeld en gezien wil zijn.

Misschien vraagt het van ons om iets los te laten. Onze rol als ‘oplosser’ en onze reflex om te helpen. Want wanneer wij reageren op iemands verhaal, lopen we het risico dat we reageren op wat wij horen, in plaats van op wat de ander daadwerkelijk voelt en bedoelt.

Die realisatie kwam vanochtend heel dichtbij.
Mijn zoon hield me een spiegel voor. Hij vertelde spontaan hoe het voor hem is als hij tegen mij vertelt dat hij moe is, hoofdpijn heeft, of zich niet lekker voelt. Dat ik dan vaak reageer met iets als: 'Dan moet je niet zo lang achter de computer zitten.'
Hij zei: ‘Soms heb je gelijk, maar soms ook niet. En wat er gebeurt als jij dat zegt, is dat ik geen zin meer heb om het tegen je te zeggen. Dan hou ik het voor mezelf. Terwijl ik het eigenlijk wel wil delen. Ik wil alleen niet dat jij meteen zegt waar het door komt.’

In één moment liet hij me precies zien waar het over gaat.

Hoe snel we luisteren met een oplossing, hoe snel er toch een oordeel in zit. Hoe we denken dat we helpen, terwijl we eigenlijk iets afkappen. Wat hij nodig heeft, is dat ik luister. Gewoon echt luister, as simple as that.

En dat raakt aan iets diepers. Want de manier waarop wij luisteren, komt niet uit het niets. Die is ook ergens gevormd, of beter gezegd vervormd. Als je eerlijk naar jezelf kijkt; hoe werd er vroeger naar jou geluisterd? Was er ruimte voor wat jij voelde, ook als dat groot of ongemakkelijk was? Of leerde je om het kleiner te maken en om je aan te passen, om rekening te houden met de ander?
Wat je daarin hebt geleerd, draag je nog altijd met je mee. In hoe je aanwezig bent in je werk, in hoe je luistert naar mensen, collega’s, naar ouders en naar kinderen.

In de jeugdzorg vragen we veel van kinderen en ouders. We vragen openheid, eerlijkheid, reflectie. We willen dat zij woorden geven aan wat er speelt. Maar dat vraagt ook echt iets van ons.
Want wat we zelf niet hebben geleerd of ervaren of wellicht zijn kwijt geraakt, kunnen we maar beperkt doorgeven.

Als wij niet echt hebben gevoeld hoe het is om volledig gehoord te worden, zonder oordeel of onderbreking, hoe kunnen we dan die ruimte werkelijk bieden aan een ander? Als wij ons eigen gevoel nog dempen of sturen, hoe nodigen we een kind dan uit om alles te laten zien wat er in hem of haar leeft?
Daar ligt voor mij wel de kern van wat we te doen hebben. Niet alleen in wat we doen, maar in wie we zijn terwijl we het doen.

In mijn vrouwencirkels oefenen we dit. Niet omdat het mooi klinkt, maar omdat het nodig is. Omdat het ons iets laat ervaren wat we alleen kunnen leren door te doen. In de eerste plaats voor onszelf en vervolgens voor de mensen met wie we leven en werken.

In mijn boek (nog aan het schrijven) ga ik hier dieper op in, omdat ik geloof dat dit de kern raakt van ons mens-zijn en ons vak. Want uiteindelijk begint echte verandering misschien niet bij wat we doen, maar bij hoe we luisteren.

Over de kunst van het delen schrijf ik een andere keer, wordt vervolgd!